Vaste planten verplaatsen doe je het best tijdens hun rustperiode, dus in het late najaar of het vroege voorjaar. In die periode staat de plant niet in volle groei en gebruikt hij zijn energie niet voor bloei of bladvorming. Dat maakt de kans op een geslaagde verplanting een stuk groter.
Technisch gezien kun je vaste planten het hele jaar door verplaatsen, zolang de grond niet bevroren is. Toch merk je in de praktijk duidelijk verschil: wie een plant midden in de zomer verplaatst, heeft veel meer kans op uitdroging en terugval dan iemand die hetzelfde doet in oktober of maart.
De beste momenten om vaste planten te verplaatsen
Er zijn twee ideale perioden om vaste planten te verplaatsen:
- Najaar (oktober en november): de plant heeft zijn bloeiperiode achter de rug en begint aan zijn rustfase. De grond is nog niet bevroren maar wel koeler, wat de wortelontwikkeling na het verplaatsen stimuleert.
- Vroeg voorjaar (februari en maart): vlak voordat de plant weer gaat uitlopen. De wortels kunnen dan meteen hun nieuwe plek innemen terwijl de bovengrondse groei nog nauwelijks op gang is gekomen.
Beide perioden werken goed, al heeft het najaar bij sommige soorten een klein voordeel: de grond heeft nog enige warmte van de zomer opgeslagen, waardoor wortels zich sneller herstellen na het verplaatsen.
Wanneer vaste planten verplaatsen beter even wacht
Vermijd het verplaatsen tijdens perioden van vorst. Een bevroren wortelkluit breekt makkelijk, en een pas verplaatste plant kan in bevroren grond geen nieuwe wortels aanmaken. Ook zomerse hitte is ongunstig: de plant verdampt dan veel vocht via zijn bladeren, maar kan dat vocht niet aanvullen zolang de wortels zich nog moeten herstellen van de verplanting.
Ben je toch genoodzaakt om midden in de zomer te verplaatsen? Snijd dan een deel van het blad en de stengels terug om de verdamping te verminderen, en water de plant direct na het planten goed aan. Hou de komende weken de grond vochtig. Het is geen ideale situatie, maar zo beperk je de schade.
Bloeiende planten: wel of niet verplaatsen?
Een vaste plant die volop in bloei staat, verplaats je liever niet. De plant zet op dat moment al zijn energie in de bloei. Door hem dan te verplaatsen, raakt hij gestrest en laat hij zijn bloemen al snel vallen. Wacht bij voorkeur tot de bloei voorbij is en de plant begint af te sterven naar zijn winterrust toe.
Praktische stappen bij het verplaatsen
Het juiste moment kiezen is de helft van het werk. De uitvoering bepaalt de rest. Houd bij het verplaatsen van vaste planten de volgende stappen aan:
- Steek ruim om de plant heen, zodat je de wortelkluit zo volledig mogelijk meeneemt. Reken op minstens 20 tot 30 centimeter van de stengelbasis af.
- Til de kluit voorzichtig op met een spade of vork. Probeer de wortels zo min mogelijk te beschadigen.
- Graaf de nieuwe plek alvast gereed voordat je de plant uitsteekt, zodat hij niet te lang boven de grond ligt.
- Zet de plant op dezelfde diepte als hij stond, niet dieper.
- Water direct en flink na het planten. In de eerste weken na de verplanting heeft de plant meer water nodig dan normaal.
Bij grotere vaste planten die al jaren op dezelfde plek staan, kan het helpen om in het najaar eerst een ronde te graven rondom de plant, hem die winter te laten staan en pas in het vroege voorjaar te verplaatsen. Zo heeft de plant de kans om alvast nieuwe wortels te vormen vlak bij de kluit, wat de overleving vergroot.
Kies je goede timing en geef de plant daarna voldoende water, dan herstellen de meeste vaste planten snel en groeien ze het volgende seizoen gewoon door.



