Plagen of pesten: wat is het verschil en wanneer wordt het te veel?

Plagen hoort bij opgroeien. Kinderen doen het op het schoolplein, in de klas en thuis met broers en zussen. Het is een manier om met elkaar te spelen, grenzen te verkennen en te lachen. Toch roept het ook vragen op. Want wanneer is een grapje nog leuk, en wanneer doet het echt pijn? Het is een onderscheid dat lang niet altijd makkelijk te maken is, maar wel heel belangrijk.

Wat maakt plagen anders dan pesten

Plagen is een speelse vorm van contact tussen mensen die min of meer gelijkwaardig zijn. Beide kanten doen mee, allebei kunnen ze lachen om wat er gezegd of gedaan wordt. Het gebeurt niet elke dag en het stopt als één van de twee aangeeft dat het genoeg is. Dat is een groot verschil met pesten. Bij pesten is er sprake van een ongelijke verhouding: de één heeft meer macht, meer vrienden of meer invloed dan de ander. Pesten herhaalt zich ook, steeds weer, en de persoon die het doelwit is, heeft weinig mogelijkheden om er iets tegen te doen. Bij kwetsende opmerkingen of daden die steeds terugkomen, spreek je niet meer van een onschuldig geintje.

Hoe je ziet of een kind er last van heeft

Een goede manier om te herkennen of grappende opmerkingen te ver gaan, is te letten op hoe het kind reageert. Lacht het mee, of trekt het zich terug? Kinderen die gekweld worden, laten dat vaak zien in hun gedrag. Ze willen niet meer naar school, slapen slecht of worden stiller dan normaal. Bij onschuldig plaagstoten is dat niet het geval. Het kind kan er tegen, het weet dat het niet persoonlijk bedoeld is en het heeft de ruimte om terug te reageren. Zodra die ruimte er niet meer is, verandert de sfeer. Dan is het geen grap meer, maar iets dat schade aanricht.

De rol van ouders en leerkrachten

Volwassenen spelen een grote rol bij het begeleiden van dit soort situaties. Een leerkracht die ziet dat twee kinderen elkaar uitdagen en daarna samen lachen, hoeft niet in te grijpen. Dat is gewoon contact. Maar als één kind steeds rood wordt, stilval of begint te huilen, dan is er iets anders aan de hand. Ouders merken thuis ook signalen op als hun kind na school gespannen is, weinig vertelt of ineens niet meer wil buitenspelen. Het helpt om dan rustig te vragen hoe het gaat, zonder meteen te oordelen of te reageren met “dat stellen ze niks voor”. Kinderen die zich gehoord voelen, praten sneller over wat hen dwars zit.

Wat je zelf kunt doen als het je raakt

Als je zelf te maken hebt met opmerkingen of gedrag dat je niet leuk vindt, is het goed om dat te benoemen. Zeggen “stop daar mee, ik vind dat niet grappig” klinkt misschien moeilijk, maar het geeft een duidelijk signaal. In veel gevallen stopt het andere kind dan. Reageert diegene niet en gaat het gewoon door, dan is er meer aan de hand en is het slim om een volwassene in te schakelen. Je hoeft dat niet alleen op te lossen. Vrienden kunnen ook helpen door te laten zien dat ze achter je staan. Een groep die duidelijk aangeeft dat bepaald gedrag niet oké is, heeft veel meer invloed dan één iemand die in zijn eentje protesteert.

Veelgestelde vragen

Kan plagen ooit overgaan in pesten?
Ja, dat kan. Als een grapje of opmerking steeds herhaald wordt, ook nadat iemand heeft aangegeven dat het niet leuk is, dan verschuift het karakter ervan. Wat begon als een onschuldig geintje wordt dan iets wat de ander actief kwetst. Het moment waarop de gelijkwaardigheid verdwijnt en één persoon zich machteloos voelt, is het punt waarop plagen overgaat in pesten.

Hoe leg je een kind uit wat het verschil is?
Je kunt een kind uitleggen dat het verschil zit in twee dingen: of beide kanten kunnen lachen, en of het stopt als iemand aangeeft dat het genoeg is. Als een grapje alleen grappig is voor de persoon die het maakt, en de ander voelt zich rot, dan klopt er iets niet. Dat is een eenvoudige manier om kinderen zelf te laten nadenken over hoe ze met anderen omgaan.

Wat doe je als je kind zelf degene is die anderen plaagt?
Als je merkt dat jouw kind anderen plaagt, is het goed om samen te bespreken hoe dat overkomt bij de ander. Niet met een beschuldigende toon, maar vanuit nieuwsgierigheid. Vragen als “hoe denk jij dat die ander zich voelt?” helpen een kind om zich in te leven. Kinderen beseffen lang niet altijd wat hun woorden of acties bij een ander teweegbrengen. Een open gesprek werkt beter dan meteen straffen.

Is plagen altijd onschuldig tussen broers en zussen?
Niet altijd. Ook thuis, tussen broers en zussen, kan plaaggedrag een grens oversteken. Als één kind steeds het doelwit is en het andere kind altijd de overhand heeft, dan is er sprake van een ongelijke verhouding. Ouders doen er goed aan om ook thuis te letten op wie er altijd lacht en wie er altijd last van heeft.

Scroll naar boven