Mieren en bladluis: de samenwerking die je planten parten speelt

Mieren en bladluis: de samenwerking die je planten parten speelt

Zie je mieren in een keurige rij langs de stengels van je rozen of fruitbomen lopen? Dan zitten er bovenin vaak bladluizen. Mieren en bladluizen werken namelijk samen, en je planten draaien daarvoor op. In dit artikel lees je hoe die samenwerking werkt, hoe je ze herkent en waarom je een bladluisprobleem vaak pas echt oplost als je ook naar de mieren kijkt. Tot slot krijg je praktische tips om het evenwicht in je tuin op een natuurlijke manier te herstellen.

Zo ontdekte ik het zelf

Een paar zomers geleden had ik een rozenstruik waar ik maar geen grip op kreeg. Ik spoot de bladluizen eraf met water, en een week later zaten ze er weer. Pas toen ik beter keek, zag ik het patroon: een drukke stroom mieren die van de grond naar de toppen liep en weer terug. De bladluizen waren niet het hele verhaal. Ze hadden gewoon een goed georganiseerde lijfwacht.

Sindsdien kijk ik eerst naar het hele plaatje voordat ik iets doe. Ik werk met natuurlijke bestrijdingsmiddelen in plaats van met gif, zodat de nuttige insecten in mijn tuin gespaard blijven.

Waarom mieren en bladluizen elkaar nodig hebben

Honingdauw: het zoete loon

Bladluizen leven van plantensap. Dat sap bevat veel suiker, maar weinig eiwitten. Om aan genoeg eiwitten te komen, drinken bladluizen grote hoeveelheden sap en scheiden ze het overschot aan suiker weer uit. Dat zoete, kleverige vocht heet honingdauw.

Voor mieren is honingdauw een uitstekende energiebron. Ze tikken met hun voelsprieten op het achterlijf van de bladluizen, waarna die een druppel honingdauw afgeven. Daarom wordt vaak gezegd dat mieren bladluizen “melken”. Een kolonie kan zo op een vaste plek een flinke hoeveelheid voedsel verzamelen, en dat verklaart die drukke looproutes langs je planten.

Wat de bladluizen ervoor terugkrijgen

De bladluizen krijgen er bescherming voor terug. Mieren verjagen of bijten natuurlijke vijanden van de bladluis weg, zoals lieveheersbeestjes en hun larven, gaasvlieglarven en sluipwespen. Daarnaast verplaatsen mieren bladluizen soms naar jonge scheuten of naar andere planten, waar meer sap te halen valt. Er bestaan zelfs mierensoorten die wortelluizen onder de grond verzorgen.

Het gevolg is dat een bladluiskolonie onder bescherming van mieren veel sneller kan groeien dan zonder. De natuurlijke rem, namelijk de rovers die bladluizen eten, valt dan grotendeels weg.

Wat merken je planten ervan?

Bladluizen zuigen sap uit jonge bladeren, knoppen en scheuten. Bij een klein aantal heeft een gezonde plant daar weinig last van, maar bij een grote kolonie gaan de jonge blaadjes krullen, blijven knoppen klein en groeit de plant scheef of trager. Daarnaast blijft de honingdauw op de bladeren liggen. Daarop kan roetdauw groeien, een zwarte schimmel die het blad bedekt, waardoor er minder licht bij het blad komt.

In de tabel hieronder zie je welke signalen erop wijzen dat mieren en bladluizen bij jou samenwerken.

Wat je zietWat het meestal betekent
Mieren die in een rij een stengel op en af lopenEr zitten bladluizen bovenin de plant die door de mieren verzorgd worden
Plakkerige bladeren of een kleverig laagje op tuinmeubelsBladluizen scheiden honingdauw af
Een zwarte, roetachtige laag op de bladerenEr groeit roetdauw, een schimmel die op honingdauw leeft
Gekrulde jonge blaadjes en scheve scheutenBladluizen zuigen al een tijd sap uit de jonge groei
Bladluizen, maar nauwelijks lieveheersbeestjesMieren houden de natuurlijke vijanden van de bladluis weg

Herken je meerdere van deze signalen tegelijk? Dan is de kans groot dat je met de combinatie te maken hebt en niet alleen met bladluis.

Waarom alleen bladluis bestrijden vaak niet genoeg is

Veel mensen pakken alleen de bladluizen aan, zoals ik dat bij mijn roos ook deed. Dat helpt even, maar zolang de mieren blijven, beschermen ze de bladluizen die achterblijven en jagen ze de natuurlijke vijanden weg. Zet je bijvoorbeeld lieveheersbeestjeslarven uit op een plant waar veel mieren rondlopen, dan is de kans groot dat die larven weinig kans krijgen om hun werk te doen.

Wil je het probleem echt oplossen, dan kijk je dus naar allebei. Eerst de mieren, daarna de bladluizen. Dan krijgen de natuurlijke vijanden van de bladluis weer de ruimte om hun werk te doen.

Gaat het om een flinke kolonie die je planten blijft belagen? Dan is het slim om je eerst te verdiepen in mieren bestrijden op een natuurlijke manier. Mieren zijn op zich nuttige dieren in de tuin, dus het doel is niet om ze overal uit te roeien, maar om ze weg te houden van de planten waar ze schade veroorzaken.

Zo herstel je het evenwicht in je tuin

Gelukkig hoef je niet naar gif te grijpen. Met een paar eenvoudige maatregelen breng je de balans tussen mieren, bladluizen en hun natuurlijke vijanden weer terug. Ik pak het zelf altijd in drie stappen aan.

Stap 1: onderbreek de mierenroute

Mieren lopen elke keer via dezelfde route naar de bladluizen. Als je die route afsluit, valt de bescherming weg. Bij fruitbomen, stamrozen en andere planten met een duidelijke stam werkt een lijmband om de stam goed. De mieren kunnen dan niet meer naar boven klimmen. Snoei ook takken die de grond, een muur of een schutting raken, want anders lopen de mieren gewoon via die weg omhoog.

Stap 2: pak het nest aan

Volg de mierenstraat terug naar beneden, dan vind je meestal het nest. Dat zit vaak in de grond vlak bij de plant, onder een tegel of in een bloempot. Rond het nest kun je aaltjes inzetten. Dat zijn microscopisch kleine wormpjes die de larven van mieren aantasten. De mieren verlaten daarna hun nest en zoeken een andere plek. Aaltjes doen alleen hun werk als de grond vochtig is en niet te koud, dus kijk op de verpakking welke bodemtemperatuur nodig is.

Stap 3: geef de natuurlijke vijanden van de bladluis een kans

Zijn de mieren weg, dan kunnen de natuurlijke vijanden van de bladluis weer aan de slag. Een flinke kolonie bladluizen spuit je eerst met een harde straal water van de plant. Daarna kun je larven van lieveheersbeestjes of gaasvliegen uitzetten. Die eten in korte tijd grote aantallen bladluizen.

Op de lange termijn helpt het om je tuin aantrekkelijk te maken voor deze helpers. Bloeiende planten zoals dille en venkel trekken zweefvliegen en sluipwespen aan. Laat in de herfst ook wat holle stengels, bladeren en ruige hoekjes liggen. Volwassen lieveheersbeestjes overwinteren graag op zulke beschutte plekken en zijn er in het voorjaar dan meteen bij.

Wat kun je nu in het najaar doen?

In de herfst nemen de aantallen bladluizen af. Veel soorten leggen eitjes op houtige planten, waaruit in het voorjaar een nieuwe generatie komt. Mieren worden minder actief en trekken zich bij lagere temperaturen terug in hun nest. Het is dus geen moment om nog flink te bestrijden, maar wel een goed moment om vooruit te kijken.

Bedenk waar je deze zomer de meeste last had. Noteer welke planten vol bladluis zaten en waar de mierenstraten liepen. Zo weet je in het voorjaar precies waar je moet opletten en kun je op tijd ingrijpen, nog voordat een kolonie bladluizen uit de hand loopt. En wie nu al een ruig hoekje laat liggen, heeft volgend jaar meer natuurlijke hulp in de tuin.

Tot slot

Mieren en bladluizen vormen samen een slim team, en je planten betalen de prijs. Zie je mieren langs je stengels lopen, kijk dan ook altijd naar wat er bovenin gebeurt. Door eerst de mieren aan te pakken en daarna de natuurlijke vijanden van de bladluis hun gang te laten gaan, herstel je het evenwicht zonder gif. Dat is beter voor je planten en voor al het andere leven in je tuin.

Scroll naar boven