Bodembedekkende vaste planten: de beste keuzes voor elke plek in de tuin

Bodembedekkende vaste planten zijn laagblijvende planten die de grond dicht begroeid houden, onkruid onderdrukken en jaar na jaar terugkomen. Ze zijn ideaal als je weinig onderhoud wilt, maar toch een mooie, gevulde tuin hebt. Of je nu te maken hebt met een zonnige droge plek of een schaduwrijke hoek onder bomen, er is altijd een geschikte soort te vinden.

Wat maakt een vaste plant geschikt als bodembedekker?

Een goede bodembedekker groeit breed en dicht uit, waardoor weinig licht de bodem bereikt. Dat remt de kieming van onkruid aanzienlijk. Vaste planten die hiervoor geschikt zijn, hebben vaak uitlopers, een brede bladmassa of een dichte groeiwijze. Ze hoeven maar één keer geplant te worden en komen elk jaar terug, in tegenstelling tot eenjarige bodembedekkers die je steeds opnieuw moet inzaaien of inplanten.

Let bij de keuze op drie dingen: de hoeveelheid zon of schaduw, de bodemsoort en de gewenste hoogte. Een plant die op de verkeerde plek staat, zal nooit dicht genoeg groeien om zijn werk als bodembedekker goed te doen.

Bodembedekkende vaste planten voor zonnige plekken

Op een zonnige, droge plek met arme of doorlatende grond zijn Sedum (vetkruid) en Phlox subulata uitstekende keuzes. Sedum heeft dikke, wateropslaan bladeren en overleeft droge periodes moeiteloos. Het bloeit in de zomer in tinten geel, roze of wit en vraagt nauwelijks water of voeding. Phlox subulata vormt een dichte tapijt van naaldfijn blad en staat in het voorjaar vol met kleine bloempjes in paars, roze of wit.

Andere goede kandidaten voor zon zijn:

  • Ajuga reptans (kruipend zenegroen): laag, met mooie donkere bladeren en blauwe bloemen in mei.
  • Geranium macrorrhizum (ooievaarsbek): halfschaduw tot zon, stevig blad, verspreidt zich snel.
  • Thymus (tijm): geurig, bloemrijk en bestand tegen droogte en hitte.
  • Campanula carpatica: compacte klokjesbloemen, mooi langs randen en paden.

Bodembedekkende vaste planten voor schaduw

Schaduwrijke plekken, bijvoorbeeld onder bomen of langs een muur op het noorden, zijn lastiger te beplanten. Toch zijn er stevige soorten die het daar prima doen. Vinca minor (kleine maagdenpalm) is een klassieker: groenblijvend, met blauwpaarse bloemen in het voorjaar en zo’n brede groei dat onkruid weinig kans krijgt. Hedera (klimop) werkt op dezelfde manier, maar is agressiever en beter geschikt voor grote vlakken waar je snel resultaat wilt.

Voor wat meer variatie in schaduw kun je ook denken aan:

  • Pachysandra terminalis: groenblijvend, laag en compact, doet het goed onder naaldbomen.
  • Epimedium (elfenbloem): halfgroenblijvend, bestand tegen droge schaduw en uitstekend onder bomen.
  • Tiarella (schuimbloem): mooi blad, witte pluimen, ideaal voor vochtige schaduw.
  • Hosta: grote bladeren, sterk en decoratief, houdt van vochtige grond in de schaduw.

Hoe snel bedekken ze de grond?

De meeste bodembedekkende vaste planten hebben één tot drie seizoenen nodig om een plek volledig dicht te groeien. In het eerste jaar groeien ze aan, in het tweede jaar breiden ze zich uit, en in het derde jaar is de bodem doorgaans goed bedekt. Wil je sneller resultaat, plant dan dichter op elkaar. Een gangbare plantafstand is 25 tot 40 cm, afhankelijk van de soort. Snelgroeiende soorten zoals Geranium macrorrhizum of Vinca kun je wat verder uit elkaar planten. Trage groeiers zoals Epimedium zet je juist dicht bij elkaar.

In de tussentijd, zolang de planten nog niet dicht groeien, is het slim om de kale bodem te mulchen met boomschors. Dat houdt onkruid tegen en houdt vocht vast.

Aanplanten en onderhoud

De beste plantmomenten zijn het voorjaar (maart tot mei) en de vroege herfst (september tot oktober). Geef nieuwe planten in het eerste jaar regelmatig water, zodat ze goed aanslaan. Daarna zijn de meeste soorten, zeker de droogtetolerante, grotendeels op zichzelf aangewezen.

Bodembedekkende vaste planten vragen weinig onderhoud als ze eenmaal goed staan. Je hoeft ze zelden te snoeien, al profiteert Vinca van een korte knipbeurt in het vroege voorjaar om compact te blijven. Sedum en Phlox hoef je alleen in het voorjaar licht terug te knippen als de winter schade heeft veroorzaakt. Bijmesten is bij de meeste soorten niet nodig, zeker niet op rijkere tuingrond.

Kies voor bodembedekkende vaste planten als je een onderhoudsarme, aantrekkelijke tuin wilt die zich na de aanloopperiode grotendeels zelf redt. Door de juiste soort op de juiste plek te zetten, heb je er jarenlang plezier van zonder dat je er veel tijd in hoeft te steken.

Scroll naar boven